Second opinion mag bij twijfel over bedrijfsarts

2 februari 2015:

Werknemers mogen voortaan een second opinion vragen bij een onafhankelijke bedrijfsarts. Ook krijgen zij het wettelijk recht om de bedrijfsarts te spreken. Arbodiensten en bedrijfsartsen moeten zorgen voor een onafhankelijke klachtenregeling voor werknemers en werkgevers voor als de behandeling niet bevalt. Werkgevers worden verplicht dit in hun contract met arbodienst of bedrijfsarts op te nemen.

Dit schrijft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer in een reactie op het advies van de Sociaal Economische Raad (SER) over de toekomst van de arbeid gerelateerde zorg.

Het kabinet neemt deze maatregelen om werknemers en werkgevers te verzekeren van een goed functionerende bedrijfsgezondheidszorg. In de reactie op het SER-advies schrijft het kabinet ook dat het de komende jaren de samenwerking tussen de reguliere zorg en de bedrijfsgezondheidszorg wil verbeteren. Verder wil het kabinet de medezeggenschap van werknemers over de bedrijfsgezondheidszorg vergroten, bijvoorbeeld door hen een rol te geven bij de inkoop van de arbodienstverlening.

De discussie over de toekomst van de arbeid gerelateerde zorg loop al een tijdje. Zomer 2013 is een advies aan de SER gevraagd, in september vorig jaar kwam de SER met zijn advies ‘Betere zorg voor werkenden’. Het kabinet is nu met concrete voornemens naar buiten gekomen in de Kamerbrief Toekomst Arbeid gerelateerde Zorg.

  • Werknemers krijgen rol bij inkoop arbodienstverlening
  • Derde van kleine ondernemers aangesloten bij arbodienst
  • Soms twijfel over onafhankelijkheid van bedrijfsarts

Ziekteverzuim daalt
Uit de Kamerbrief: “Bedrijfsgezondheidszorg speelt een rol bij het beschermen van de gezondheid en de bevordering van de participatie van werknemers. Het draagt bij aan het beheersen van het ziekteverzuim en de instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen. Waar in de jaren negentig verzuimpercentages van 7 tot 8 procent gangbaar waren, is dat nu minder dan 4 procent. Het systeem is op dit punt effectief gebleken.”

Knelpunten
Wel worden er vraagtekens gezet door de werknemersorganisaties bij de onafhankelijkheid van de bedrijfsarts ten opzichte van zijn opdrachtgever. Uit de Kamerbrief: “Steeds vaker ontbreekt een direct beschikbare bedrijfsarts voor de werknemer omdat de werkgever geen contract heeft met een arbodienst of bedrijfsarts. Preventie is doorgaans alleen een kleine component in het contract tussen de werkgever en de arbodienst of bedrijfsarts. Zo bieden werkgevers hun werknemers maar op heel beperkte schaal periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek aan. ”

Gebrekkige zorg
“Veel beroepsziekten en arbeid gebonden aandoeningen bij werknemers worden daarom niet of niet direct onderkend. Daar komt nog bij dat zorgverleners in de reguliere zorg beperkte kennis hebben over de relatie gezondheid en werk, en dat de samenwerking tussen de reguliere zorg en bedrijfsgezondheidszorg soms moeizaam verloopt en daardoor de behandeling van (zieke) werknemers niet altijd optimaal is.”

Preventie
Preventie en werken aan duurzame inzetbaarheid vormen volgens de SER de kern van de arbeid gerelateerde zorg. Een toekomstig stelsel moet gericht zijn op het voorkomen van gezondheidsproblemen, verzuim en uitval. Maar aangezien de SER niet tot een unaniem advies kon komen – er is gebakkeleid over verplicht of vrijwillige aansluiting bij diensten – ziet het kabinet geen breed draagvlak voor een stelselaanpassing. Het kabinet wil wel een aantal concrete maatregelen nemen om te komen door een betere arbodienstverlening. Dit moet vooral komen door meer betrokkenheid van de werknemers.

Het kabinet verwacht dat werknemers vaker zeggenschap uitoefenen over de inhoud van het contract en dat het aantal bedrijven zonder contract wordt verminderd. Zo hebben werkgevers als taak een preventiebeleid te voeren op het werk. In de Kamerbrief: “Hij moet zich bij het uitvoeren van sommige preventietaken die hij niet binnen de organisatie kan regelen laten ondersteunen door één of meer externe deskundigen. Deze deskundigen (veiligheidskundige, bedrijfsarts, arbeidshygiënist en arbeids- en organisatiedeskundigen) hebben als taak de werkgever te informeren over het voorkomen van gezondheids- en veiligheidsrisico’s die voortvloeien uit het werk. Dit gaat dus verder dan verzuimbegeleiding waartoe de meeste kleine bedrijven zich beperken.

Kleine bedrijven zijn sowieso een punt van zorg. Volgens de Kamerbrief heeft een toenemend aantal bedrijven geen contract met een arbodienst of een bedrijfsarts. In 2013 slechts 28 procent. Uit de Kamerbrief: “Dit aantal neemt gestaag toe. Het zijn vooral kleine bedrijven die geen contract hebben. Werknemers lopen hierdoor het risico om bij ziekte niet (tijdig) de adequate arbeid gerelateerde zorg of begeleiding te ontvangen. Hierdoor ontstaan voor werknemers (onnodige) risico’s op langdurend verzuim en arbeidsongeschiktheid.” In 2020 zal er een eindevaluatie zijn van de genomen maatregelen.

Huib Hikke | BC.nl