Verzekeraars verliezen meer dan verwacht op WIA en WGA

3 februari 2015:

Verzekeraars blijken tot en met het boekjaar 2013 nog meer te hebben verloren op WIA/WGA-gerelateerde verzekeringsproducten dan zij zelf hadden voorzien. In plaats van de verwachte ruim € 1 mld is het definitieve verlies  voor de hele sector opgelopen tot ruim € 1,6 mld.

DNB schrijft ‘geschrokken’ te zijn van het gat tussen het verwachte resultaat en het nog grotere verlies. De toezichthouder schrijft: “In het nieuwsbericht van begin 2014 noemde DNB een aantal oorzaken hiervoor: opportunisme, gebrekkige datakwaliteit en moeizame communicatie met het UWV. Veel van deze onderwerpen zijn inmiddels door verzekeraars voortvarend opgepakt. Verzekeraars hebben de polisvoorwaarden aangepast, premiestellingen tegen het licht gehouden en procedures opnieuw ingericht. Daarnaast hebben verzekeraars, in samenwerking met het Verbond van Verzekeraars, stappen gezet in verbetering van de communicatie met het UWV en in het verwerven van data, noodzakelijk voor een juiste risico-inschatting.”

DNB gaat in de gaten houden de maatregelen van verzekeraars ook tot een beter resultaat leiden. “Daarnaast zal worden gekeken naar de manier waarop de uitbreiding van de WIA – ook arbeidsongeschikte flexwerkers vallen vanaf 2016 onder de (financiële) verantwoordelijkheid van de werkgever – wordt vorm gegeven en naar het proces van ‘pricing’, met als doel het voorkomen van nieuwe grote verliezen op AOV’s.”

Geen level playing field
Eerder deze week concludeerde het Koninklijk Actuarieel Genootschap (KAG) in een position paper dat er geen sprake is van een level playing field in het WGA-ERD-stelsel, omdat verzekeraars niet kunnen concurreren met de initiële minimumpremies van het UWV. “Voor een nu publiek verzekerde werkgever moet een dekkende private premie (inclusief koopsom voor de over te nemen lopende uitkeringen) concurreren met een dekkende omslagpremie. Dit bevestigt dat het speelveld niet gelijk is en dat deze gelijkheid belemmerd wordt door de opzet van het stelsel waaraan zowel UWV, als ook verzekeraars zich moeten houden. Beide kanten van het speelveld zijn te verschillend van elkaar om effectief met elkaar te concurreren.”

Door deze verstoorde concurrentieverhoudingen zou volgens het KAG een tweede groep private verzekeraars overwegen om van de markt te verdwijnen. Onder meer Delta Lloyd, Allianz en Reaal namen deze stap eerder al. Omdat de derde optie, het zelf dragen van het risico door de werkgevers, op dezelfde problemen stuit als waar de verzekeraars mee zaten is het “aannemelijk dat voor een groot deel van de werkgevers feitelijk slechts één min of meer gedwongen optie overblijft: publieke dekking”, schrijft het KAG.

Oplossingen
Het KAG biedt een aantal oplossingsrichtingen om meer evenwicht aan te brengen in het hybride stelsel, maar sluit zijn ogen ook niet voor het beëindigen van het stelsel. Daarbij zou de keuze kunnen gemaakt worden om alleen met het publieke pad verder te gaan of alleen met het private pad. Maar ook hier zet het KAG zijn vraagtekens bij: “Hoewel het afscheid nemen van het hybride karakter het stelsel minder complex en daarmee transparanter maakt, is het de vraag of dit vanuit maatschappelijk oogpunt gewenst is.”

Amweb.nl